Lekker bikken, bakken en badderen aan het BALATON

De reusachtige schoonheid van het Balatonmeer en de uiterst gezellige sfeer rond Hongarijes fantastische binnenzee zijn bij veel mensen goed bekend. Maar waar moet je nu écht zijn voor een vakantie waarin je ook je opgroeiende kinderen alle ruimte wilt geven? Wat moet je zéker doen en wat beslist laten? Is er een soort 'Handleiding voor het Balaton-meer'? Ja, leest u maar.

Om te beginnen de reis ernaartoe. Laat u niet in de luren leggen door het totaal aantal kilometers te delen door een al te optimistische gemiddelde reissnelheid. Geloof niet te gauw de sterke verhalen van de snelle jongens die 's nachts rijden in een recordtempo. Het Balatonmeer ligt een heel eind van Arnhem vandaan. Reken op 1500 km heen en 1500 km weer terug, reken op files in Duitsland en houd rekening met wachttijden bij de grens Oostenrijk - Hongarije. Het kán je nog steeds gebeuren dat je een heel uur in een file van slechts enkele honderden meters doorbrengt, wanneer je het land verlaat. Het gebeurde ons in elk geval afgelopen zomer.

Maar op dat moment begin september hadden we er al drie fantastische weken opzitten, dus maalden we niet zo om de vertraging. We hadden immers voor een luttel bedrag 10 minuten in een tweepersoons deltavlieger gevlogen, mijn oudste zoon en ik. Gaaf! Vastgeklemd in de autogordel tegen de rug van de piloot, bromfietshelm op, met Puch-snelheid de lucht in en even later weer veilig terug op aarde. Het kan, bij het Balaton. Doen dus!

Aardser, maar dan op het water, is natuurlijk het brommende motorgeluid van het verplichte boottochtje van Alsoórs naar Balatonfüred of vandaar naar Siofok. Je zit aan het water, dus je vaart, surft, kanoot, zwemt, dobbert, vist of waterskiet. Zwemmen is trouwens onvergetelijk prettig. Op hete dagen, wanneer de luchtwarmte in de schaduw ruim 38 graden meet, schiet de temperatuur van het water vlak aan de oever ver boven de twintig graden uit, al gauw richting dertig. Het laag staande water is zó warm. Wees niet bang voor de waterslangen, ze doen niks. Wees niet bang voor vuiligheid, het is er vrijwel niet. Let niet te veel op het bodemzand, het lijkt alleen smerig maar is dat niet. Geniet van de soms ruim honderd meter brede strook ondiep water, waar je zelfs je kind van zes zonder zwemdiploma alleen in durft te laten! Het Balatonmeer zelf als motor van een Hongarijevakantie zit dus wel snor.

Maar, o, die disco! Dát is toch wel even wennen. Neem Siofok, het Zandvoort van Hongarije. Of loop eens rond in Balatonfüred. Het is restaurant na discotheek na restaurant na discotheek. Ga daar dan niet naartoe, als je jonge kinderen hebt, of te oude kinderen, of helemaal geen kinderen. Wel leuk voor een bezoekje, maar niet voor een verblijf. Echter, het ware discoprobleem is subtieler. Bij weinig wind, en dat is vaak de situatie, ligt het meer er zonder zwemmers 's avonds en 's nachts rimpelloos bij. En geluid draagt ver, zéér ver, over een glad wateroppervlak. Midden in de nacht om drie uur werd het mij wel eens te gortig na meerdere uren zwaar ritmisch gedreun, alsof de mollen onder mij in de grond luid een drumstel bespeelden. Waar komt dat gestamp toch vandaan?, vraag je je af, en je laat je naar de herkomst leiden. Dat spoor volgend sta je twee tellen later langs het nachtelijk Balatonmeer je erover te verbazen dat de discoherrie notabene van de overkant, van tien kilometer verderop (!) vandaan komt! Werkelijk waar!

Ga verder wél naar Tihany, ga níet naar de saaie grotten in Tapolca waar je alleen een flauw boottochtje van vijf minuten mag maken en waar geen stalagtiet of stalagmiet is te bekennen.. Of: ga wel die kant op, maar houd het dan op het schitterende landschap van het natuurpark tussen Balatonfüred en Nagyvazsony en heb respect voor de dode vulkanen. Geldt het ergens, dan geldt het hier: pak eens dat kleine weggetje dat zich door de schilderachtige dorpjes slingert. Leer een paar wooorden Hongaars, en máák contact: je krijgt er direct een massa vriendelijkheid en gastvrijheid voor terug. En: eten kun je overal goed en goedkoop. Boodschappen doen bij de grote Spar of andere supermarkt? Je gulden is meer dan een daalder waard. Iets anders. Doe op zondag eens als sommige Hongaren: pak de dierentuin in Veszprem. Nauwelijks een kip te bekennen, maar aan dieren geen gebrek. Het park doet niet echt onder voor Artis, al blijft Emmen onze favoriet. Nog een tip: neem een dagtocht naar de puszta. Láát je rijden met een klein personenbusje, want: glaasje op, dat is zeker! Zo'n trip is supertoeristisch, toegegeven, maar na een welkomstpalinka en wijn-zoveel-je-wilt mag dat toch geen probleem meer zijn. Al weer een tip: boek in het vroege óf late zomerseizoen. Mik buiten de Hongaarse schoolvakantie en de grote Duitse vakantieperiode als je betrekkelijk rustig wilt zitten. Op onze camping, Nyarfa in Paloznak, begonnen we op 12 augustus met meer dan zeshonderd badgasten op het kleine maar voldoende ruimte biedende strandje, en we eindigden drie weken later met hooguit zes.

Er is een verschil tussen de noordkust en de zuidkust. Dat laat zich gemakkelijk vertalen in relatief rustig tegenover betrekkelijk druk. Het meest gehoust wordt er in het zuid(oost)en, huiselijker is het noorden. Wil je vanaf de noordkust een dagje naar Boedapest, dan moet je eerst een eind naar de M7 toe, maar Siofok heeft deze snelweg direct in zijn achtertuin liggen. Het noorden biedt heuvels en bergen, het zuiden meer zand.

Wouter van Schie (www.detekstenman.nl)

© Most Magyarul. Niets uit dit artikel mag worden verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt worden dan na schriftelijk toestemming van de uitgever.