Hongarije: land van uitvinders en wetenschappers

Toen Hongarije toetrad tot de Europese Unie, betekende dat feitelijk een terugkeer. Immers Hongarije is eeuwenlang een onlosmakelijk deel geweest van Europa en de Europese cultuurgeschiedenis en ook op het gebied van de wetenschappen en kunsten hebben Hongaren in Europa en daarbuiten een belangrijke rol gespeeld. In onderstaand artikel stelt Professor Dr. Ir. André Maton enkele belangrijke Hongaarse wetenschappers voor.

Prof. Maton gaf ruim veertig jaar lang colleges en lezingen in Hongarije en werd in 1995 officieel benoemd tot titulair hoogleraar aan de Szent István Universiteit van Gödöll_.

Geneeskunde

Tot halverwege de negentiende eeuw waren de sterftecijfers bij bevallingen ten gevolge van de kraamvrouwenkoorts schrikbarend hoog en liepen soms op tot 40 %! Dr Ignác Fülöp Semmelweis, geboren te Budapest in 1818, ontdekte door onderzoek en zorgvuldige observatie dat de sterftecijfers in klinieken waar alleen vroedvrouwen werden opgeleid veel lager waren dan in centra waar ook medici hun opleiding genoten. De oorzaak lag, zo ontdekte hij, in het gegeven dat de geneesheer-docenten lijkschouwingen afwisselden met verlossingen. Vanaf 1848 liet Dr. Semmelweis in zijn kliniek – hij was hoogleraar aan de Universiteit van Pest – al degenen die bij een verlossing betrokken waren hun handen wassen in een chloorkalkoplossing (calciumchloride, ofwel soda). Het stertecijfer daalde er tot minder dan 1 %. Wat hij toen nog niet wist, was dat calciumchloride de verwekkers van de kraamvrouwenkoorts, de streptococcen, doodde. Dit werd later door Pasteur (1822-1895) ontdekt. Hoewel Semmelweis van vele duizenden vrouwen het leven redde, werd zijn ontdekking tijdens zijn leven door vele collegae niet serieus genomen. Pas na zijn dood (hij stierf in 1865 op 47-jarige leeftijd) werd hij geëerd als een van de groten van de geneeskunde.

Ook Albert Szent-Györgyi was een groot figuur in de geneeskunde en de fysiologie. Geboren in 1893 te Budapest, werkte hij in de twintiger jaren van de vorige eeuw in een kelder (sic!) van de universiteit van Groningen, en wel op eigen verzoek. Hij wist aan te tonen dat bij de celademhaling zowel waterstof als zuurstof worden geactiveerd en dat laatstgenoemde eerstgenoemde verbrandt. Anderzijds ontdekte hij , als professor aan de Universiteit van Szeged, bij studies aan de bijnierschors en bij planten een reducerend suiker, dat vitamine C bleek te zijn en overvloedig voorkomt in paprika. Voor beide ontdekkingen ontving hij in 1937 de Nobelprijs.

Wis- en Natuurkunde

Weinigen weten wellicht dat John Von Neumann, geboren Hongaar, de vader van de computer is. Hij was het die inderdaad de theoretische principes bedacht waarop nog steeds alle computers gebaseerd zijn. Von Neumann wordt door velen als een der intelligentste mensen van de twintigste eeuw beschouwd.
Eugene Wigner was een der vrij talrijke Hongaren die een Nobelprijs hebben gekrgen, in zijn geval die voor natuurkunde. Hij was een van de grondleggers van de kwantummechanica, de wetenschap die de verschijnselen binnenin de atomen onderzoekt en verklaart.

Leo Szilard, ook geboren te Budapest, was de bedenker van het werkingsprincipe van de atoombom, gebaseerd op kernsplitsing. Edward Teller, eveneens Budapestre van geboorte, was van zijn kant de uitvinder van het principe van de waterstofbom, dat berustte op kernfusie, de samenvoeging van kernen zware waterstof of deuteronen. Die bom is vele malen krachtiger dan de atoombom. Kernfusie nadert haar praktische realisatie.
De vier voornoemde Hongaarse geleerden – die inmiddels allen zijn overleden – werkten samen in Los Alamos in de Verenigde Staten, waar in de tweede wereldoorlog de atoombom werd ontworpen. Het is jammer dat door hun werk duizenden mensen het leven verloren in Hiroshima en Nagasaki, maar het zou m.i.nog veel verschrikkelijker zijn geweest als een dictatuur zoals van de Nazi's, de Sovjets of van de Japanners onder keizer Hirohito als eerste de atoombom had weten te vervaardigen.
Dan is er nog Tamás Vicsek die computermodellen ontwikkelde welke een efficiente paniekbestrijding mogelijk maken o.a. bij de ontruiming van voetbalvelden.

Werktuigkunde en techniek

Donát Bánki (1859-1922) bracht zijn ganse leven door in Hongarije en wees uit patriottische overwegingen talrijke invitaties af om als gast-professor in het buitenland te fungeren. Zijn land mag alleszins fier zijn op deze zoon, professor aan de Technische Universiteit van Budapest van 1899 tot 1922. Bánki was de uitvinder van de dieselmotor (in 1892), verscheidene jaren vóór Rudolf Diesel zijn creatie realiseerde. Datzelfde jaar ontwikkelde Bánki samen met János Csonka de carburateur, nog steeds een basisonderdeel van verbrandingsmotoren. In 1917 stelde hij dan nog een waterturbine op, die het mogelijk maakte electrische energie te winnen uit kleinere watervallen.
László Biró vond in 1938 in zijn eigen land de balpen uit. Hij had gemerkt dat de inkt die werd gebruikt om kranten te drukken snel opdroogde en het papier niet doordrenkte. Deze dikkere inkt kon door een gewone pen niet worden gebruikt. Daarom bracht Biró in de top van de door hem ontworpen pen een mini kogellagertje aan en de balpen was geboren. In 1950 werd deze pen door de Fransman Bic(k) nagemaakt en vanaf die tijd sprak men van een Bic-balpen. In angelsaksische landen noemt men de balpen nog altijd een biro.

Landbouwkunde

Terecht is Hongarije er trots op dat de eerste school van Europa voor hoger landbouwonderwijs reeds in 1797 in Keszthely werd opgericht. Zij werd gesticht door graaf Festetics, wiens mooie kasteel met unieke bibliotheek nog steeds in Keszthely staat te pronken. Deze agrarische school groeide later uit tot de Landbouwuniversiteit van Keszthely – al waar schrijver dezes in 1988 een ere-doctoraat mocht ontvangen – die nu na een grondige hervorming van de universiteiten in Hongarije een Faculteit is van de Universiteit van Veszprém. Deze hervorming heeft ook geleid tot een fusie van verschillende instellingen in de Szent István Universiteit van Gödöll_ - genoemd naar de eerste koning van de Hongaren – die vooral gericht is op landbouw en plattelandsontwikkeling en een belangrijke functie heeft in Hongarije. De universiteit telt ca. 25.000 studenten, bijna evenveel als de universiteiten van Gent en Leuven, en heeft 9 faculteiten.

Schone kunsten

Het is een schier onbegonnen werk de vele Hongaarse kunstenaars op te noemen die in Europa en daarbuiten grote faam hebben verworven. Laat het volstaan slechts twee grote namen te noemen. Béla Bartók was een begenadigd musicus en componist die terecht wereldbekendheid geniet. Imre Kertész van zijn kant kreeg in 2002 de Nobelprijs voor literatuur toegekend en wel voor een roman waarin hij op subtiele wijze afrekent met de communistische dictatuur die zijn land teisterde van 1949 tot 1989.

Slotbeschouwingen

Uit het voorgaande moge blijken dat Hongarije vele knappe koppen heeft voortgebracht. Hiermee en met zijn duizendjarige geschiedenis zal het land het in de toekomst zeer zeker gaan maken. Zo was de economische groei in 2000/2001 ca. 5% tegenover de EU slechts 3,3 %. Er is nog veel te doen want het Bruto Nationaal Product is amper 50% van het gemiddelde van de EU. Maar men dient hierbij niet te vergeten dat het land na WO II bijna een halve eeuw gedwongen werd tot politieke en economische verstarring en geenszins beschikte over zoiets als Marshall-hulp om uit zijn oorlogspuin te herrijzen. De aansluiting bij de Europese Unie zal ongetwijfeld een relance bewerkstelligen en vormt tegelijkertijd een hernieuwde aansluiting bij het Westen, waartoe Hongarije eigenlijk reeds van oudsher behoort.

EEn korte flitsende imagofilm over Boedapest, waarin tal van beroemd geworden Hongaarse uitvindingen centraal staat kunt bekijken via deze link.