Valentina TóthValentina Tóth

Een fenomenale pianiste, kwart-Hongaars, die zich eigenlijk bijna helemaal Hongaars voelt. Al twee keer (in 2006 en 2011) speelde ze voor honderden toehoorders op fabelachtige wijze Bartók tijdens de herdenking van de Hongaarse Opstand van 1956, vijfjaarlijks georganiseerd in Rotterdam. Uw reacteur zat in 2006 op de eerste rij en was op slag gegrepen door het spel van de toen 12-jarige Valentina: zij spéélt geen piano, zij ís piano, zij speelt geen Bartók, zij ís de muziek zelf!

Valentina speelde als een van de winnaars van het Prinses Christina Concours in 2007 ook in de Classic Express, de tot supersonische concertzaal omgebouwde vrachtwagen die het land door reist om kinderen van de basisschool kennis te laten maken met goedklinkende klassieke muziek. Ze haalde er het jeugdjournaal mee: http://player.omroep.nl/?aflID=5617602. In 2009 mocht ze een gastconcert geven in het fameuze Carnegie Hall in New York.

Onderstaand interview met Valentina is gepubliceerd in Most Magyarul! Hongarije magazine nr 48: het is een indringend portret van een bezielde musicus met een grote liefde voor Hongaarse muziek!!

Valentina Tóth, jongste Nederlandse pianiste in Carnegie Hall, New York

Valentina Tóth speelde  22 oktober 2006 bij de 50e Herdenking van de Hongaarse revolutie en vrijheidstrijd 1956-2006, drie generaties Hongaren in Nederland, Nederland bedankt. Sindsdien  speelde ze  avondvullende pianorecitals, waarin werken van Hongaarse componisten een plaats kregen.  Ook won ze een reeks prijzen met onder andere het spelen van werken van de Hongaarse componisten Belá Bartók, Joseph Haydn, Ferenc Liszt en Leo Weiner.  De afgelopen jaren nodigde de Mikes, de Hollandiai Mikes Kelemen Kör (Association for Hungarian art, literature and science in the Netherlands) haar naar aanleidng van het optreden in 2006 uit om te komen spelen.  De sfeer daar is bijzonder voor Valentina, die voor drie achtste Hongaarse is en in 2010 komt ze weer spelen voor de Mikes. In 2006 stond ze aan het begin van haar carriere als pianist, maar inmiddels  is ze geen onbekende meer. Ze trad op in meerdere nationale en regionale TV-programma’s. Op het prestigieuze Prinses Christina Concours won ze dit jaar regionaal de 1e prijs, op de demifinale de publieksprijs. Ze drong daarmee door tot de Nationale finale van het Prinses Christina Concours in Valentina Tóth voor Carnegie Hallhet Lucent theater in Den Haag en kreeg  ook daar een 1e prijs en een publieksprijs voor haar, voor een 14-jarige al volwassen interpretatie. Daarop werd ze onder meer uitgenodigd om te spelen op het Edison gala in de Ridderzaal. Haar Fantaisie Impromptu van Chopin was ‘het cadeau’ voor Menahim Pressler, live op tv. Enige dagen later vertegenwoordigde ze Noord-Nederland in het Concertgebouw bij de Netherlands American Community Trust finale. Tot haar verbazing hoorde ze dat ze met haar optreden een van de twee Carnegie-prijzen had gewonnen. ‘Echt waar?’, zei ze ten overstaan van een volle zaal. Ze kon het niet bevatten, inmiddels wel.  Ze speelde op 29 oktober 2009 jl. in de beroemde Carnegie Hall in New York in de Weil Recital Hall. Volgens de gastheer, The Netherlands Trust, maakte ze grote indruk als jongste Nederlandse pianist in Carnegie Hall. Valentina vond het geweldig om in Carnegie te spelen. De zaal is een van de beroemdste zalen ter wereld en heeft een prachtige akoestiek. De Steinway die daar stond was misschien wel de mooiste vleugel waar Valentina  op gespeeld heeft. “Met zo’n instrument kan je je helemaal overgeven aan muziek maken omdat die vleugel zo gevoelig is, je kan er alles mee. Maar, vertelt de 15-jarige pianiste, mijn eerste grote optreden waarvoor ik werd gevraagd is voor altijd een ander ijkpunt. En dat optreden was het optreden 22 oktober 2006 bij de 50e herdenking. Het is heel mooi dat ik me dankzij mijn familieachtergrond, via mijn vader en opa en oma al vroeg heb kunnen verdiepen in Hongaars repertoire, omdat dat me extra klankkleurmogelijkheden heeft gegeven in mijn spel, ook al speelde ik in Carnegie geen Hongaarse componist. 
 
Wanneer speelde je voor het eerst een compositie van een Hongaarse componist?
Dat was dus bij de 50e Herdenking van de Hongaarse revolutie en vrijheidstrijd 1956-2006. Toen vertegenwoordigde ik de jongste Valentina speelt Bartók voor 500 man tijdens herdenking 1956 in Rotterdamgeneratie. Ik speelde tussen het uitreiken van ridderordes en een optreden van het Liszt Ferenckoor. Ik was heel blij dat ik mocht spelen op een concert waar dat koor optrad, want ik vond ze heel goed. Ik heb ze ook vaker gehoord.
 
Hoe kwam het dat je gevraagd werd voor dit optreden?
Dat kwam omdat ik in 2005 de intermezzoprijs kreeg op de Rotterdamse piano3daagse. Die werd gehouden in de grote en kleine zaal van De Doelen. En zo hoorden allerlei mensen me en ze lazen ook over me, in de NRC stond toen dat ik wist wat ik deed, op de piano. En er stond een foto in het Algemeen Dagblad, toen gingen mensen daarover praten. En toen kwam die vraag dus.  Optreden  geeft me een kick, dus ik zei meteen ja, maar ik had helemaal geen idee hoe groot het was of hoe belangrijk. Dat hoorde ik later van mijn familie. In Rotterdam had ik Turina gespeeld , dat is Spaans, en voor die herdenking 22 oktober moest ik iets Hongaars instuderen en dat vond ik spannend.
 
Hoe kwam die keuze voor een Hongaarse componist tot stand?
Mijn leraar toen was Rein Ferwerda van de Ferwerda  Academie uit Drachten. Eigenlijk wilde hij me het liefst  ‘gewoon klassieke stukken’ laten spelen op die herdenking. Maar dat was niet de bedoeling. Omdat ik me als 3/8e Hongaarse thuis voelde bij Bartók als ik ernaar luisterde, mocht ik proberen iets van die componist te spelen. Ik vond het meteen een uitdaging. Ik moest beginnen met boerendansen. Toevallig had ik die in 2005 op vakantie in Hongarije in Boedapest gekocht. Ik had toen geen idee wanneer ik dat ooit zou mogen spelen. Maar ik houd zelf  van dansen, dus ik gooide me erin. Ik dacht dit is mijn kans en ik ga alles eruithalen.
 
Dus je speelde de dansen van Béla Bartók (1881-1945)?
Ja en toen had ik geluk. Ik kwam door de selectie van het Peter de Grote Summer Festival, voor de summeracademy. Toevallig was het thema dat jaar de tijd waarin Bartók leefde en het orkest speelde Bartók. Daarom mocht ik als studie de sonatine doen en Rein ging er toen ook voor. Als je je leraar niet mee heb is het moeilijk maar als hij wel meegaat, word je er echt superblij van. Dan wil je echt laten horen hoe spannend en verrassend je die muziek vindt.  Ik kon in de zomer doorwerken op dat festival en daarna weer met Rein. Soms zeggen mensen, ook musici, dat Bartók moeilijk of ontoegankelijk is, maar voor mij is de sonatine altijd bijzonder geweest. Het is heel afwisselend, dat vind ik mooi en er zit veel beweging in. Als je er aan werkt, kan je je hele gevoel erin gooien en er vuur instoppen. Ik speelde uiteindelijk de Sonatine (1915)- Doedelzakspeler - Berendans - Finale-allegro  en de Ungarische Bauernlieder 7, 8, 9, 10 van Béla Bartók op die 50e herdenking. Ik was zo blij dat Hongaarse musici op die herdenking het echt Bartók vonden, want ik had natuurlijk wel een Westerse leraar.
 
Je bent opgegroeid in Friesland, waarom was het belangrijk dat je muziek Hongaars klonk.En wat is dat Hongaarse dan?
Die Hongaarse musici  zijn de echte kenners. Het gaf me het gevoel dat ik op de goede weg zat. Soms vond ik het lastig om uit te leggen waarom ik Bartók wilde spelen zoals ik het voelde.  Rein was wel eens verbaasd dat ik bepaalde ritmes zo te pakken had, maar soms vond hij het te wild. Dan dacht ik:  maar zo voelt het Hongaars, dat kan je niet uitleggen. Mijn vader is driekwart Hongaar en als hij schermt heeft hij hele aparte gebroken ritmes. Ik zat op schermles bij hem en op wedstrijden hoorde ik van schermers dat hij, net als ik, anders beweegt dan de andere schermers. Volgens mijn moeder is  dat ons Oosteuropese temperament. Maar als kind denk je niet: ik ben Fries of Oosteuropees of Nederlands. Dan denk je dit voelt goed en je let er niet op of het anders is. Zo is het ook met muziek, het moet diep zijn en uit je zelf komen om goed te voelen. Dan klinkt het ook zo. Ik kan niet zeggen dit is Hongaars en dat niet, maar ik voelde het. En als ik het zo speelde, gaf het mij meer kleurmogelijkheden.
 
Hoe weet je dat die extra klankkleurmogelijkheden bij dat Hongaarse zijn hoort?
We zijn jaren achter elkaar op vakantie geweest in Hongarije, rondreizend. Je hoort die taal en je ziet hoe mensen bewegen en daardoor kende ik hun ritme. Het is daar overal. Het is niet zo dat we familie hebben daar, waar we heen kunnen. Ik spreek  geen Hongaars, maar ik voelde me er wel thuis, net als bij mijn opa en oma.. Mijn vaders vader is Hongaars, mijn oma half Hongaars. Zij hebben in Den Haag een Nederlands-Hongaarse sfeer. Ze spreken met elkaar Hongaars. Ik herken de klanken van de taal wel,  ook van een cassettebandje met Hongaarse kinderliedjes,  dat ik heb stukgedraaid. Volgens mijn ouders werd ik altijd vrolijk van die liedjes,  al verstond ik er niets van. Er zat leven in en  ik ging erbij zwaaien en later stond ik erop te springen en dansen.  Dat aanstekelijke zit in de ritmes van Bartók, daarom was het vertrouwd en nieuw tegelijk. En beweging zit in me. Mijn moeder bewoog  toen ik klein was, je zag  altijd aan haar armen en handen hoe zij de muziek beleefde. En ik heb op klassiek  ballet en spitzen bij  mijn moeder gezeten en daarvoor ergens anders op volksdansen gezeten. Ik heb zelfs een paar jaar dansacademie gedaan tot ik het niet meer kon combineren met muziek. Toen ik die Hongaarse dansen speelde, voelde ik die bewegingen door me heengaan, daarom kon ik het uit de muziek halen. Ook bij andere componisten heeft het me geholpen om het dieper te beleven en te voelen. Het spelen van die Hongaarse dansen heeft geholpen bij die sonatine van Bartók. 
 
Heb je Bartók ook voor Nederlands publiek gespeeld en wat vond dat publiek ervan?
Ja,  een maand na die herdenking speelde ik de sonatine op het Haydn Muziekfestival en ik kwam er -net als het jaar daarvoor- mee in HMF-Oost - in de finale. Na die finale in De Oosterpoort in Groningen vertelde een conservatoriumdocent die ik niet kende me dat er pianisten afstudeerden met die sonatine! Dat had ik nooit gedacht, want ik was twaalf. Het viel me wel op dat er zoveel mensen zeiden dat ik beter iets klassieks kon spelen zoals Mozart, Beethoven of Haydn. Dat vond ik wel grappig, want het Haydn Muziek Festival (HMF, zie www.haydnmuziekfestival.nl) heet naar de Hongaarse ‘papa Haydn’, zijn geboorteplaats was Hongaars maar die ligt nu in Oostenrijk. Die  naam vonden ze passen bij een concours voor spelers  tot en met twaalf jaar en misschien had Haydn ook wel de beren zien dansen net als in de sonatine. Of had hij die volksliedjes en dansen gehoord  en gespeeld. Maar Haydn componeert  anders, net als Liszt, die is ook Hongaars. Maar het gaat er wel altijd om of die muziek je iets zegt, want dan kan je het spelen en dan wordt het van jou. 
 
Heb je wel eens iets van Franz Liszt gespeeld?
Ja, Hongaren noemen hem Liszt Ferenc.  Vlak na het HMF kwam het Chrsitina Concours 2007 – Groningen, daar mocht je langer spelen dan op het HMF, dus ik speelde de Sonate KV 283 in G – allegro van W.A.Mozart (1756-1791) en weer de Sonatine van Bartók. Ik kon me zoveel voorstellen bij alle delen, het was echt mijn stuk geworden. Ik won (als jongste, red.) een 1e prijs en de laureatentrofee. Dat betekende heel veel voor me. Daarna kreeg ik landelijk de aanmoedigingsprijs en hoorde bij de toptien van circa 600. Door dat concours en die prijs kreeg ik optredens en door die optredens groei je. Bijvoorbeeld het optreden bij de premiere Valentina vertelt over Lisztvan de classic express met Minister Plasterk en HM Prinses Christina en mensen die het concours opgericht hadden zoals Ruud van der Meer. (zie www.christinaconcours.nl  of www.classicexpress.nl ) Daar speelde ik de Consolation van Ferenc (Franz) Liszt,  een heel dromerig troostlied. Dat vond ik passen bij kinderen van de basisschool, maar ook voor de gasten van de premiere. Ik koos het omdat die concertbus bedoeld was om kinderen klassieke muziek te laten horen. Je mocht wat over de muziek die je speelde uitleggen en ik had  foto’s vergroot en gelamineerd om te laten zien dat je in de tijd van Liszt ook in huiskamers speelde,  salons heetten die. De mensen zaten toen net zo dichtbij de musici als die kinderen in de bus. Het was fijn om daar zo te spelen. Die Consolation paste er gewoon helemaal.
 
Heb je die Liszt Consolations vaak gespeeld?
Ik heb er een mogen spelen op een workshop van Rian de Waal. Hij heeft toen drie dagen alleeen maar over Liszt verteld en lesgegeven aan een groep. Daar leer je heel veel extra dingen door, ook over de componist.  Ik zou die Consolations altijd kunnen blijven spelen, maar nu speel ik andere stukken. Ik heb 15 november mijn orkestdebuut met het Fries symfonieorkest (www.fso.nl) en studeer nu aan het 12e  pianoconcert van Mozart. Ik heb meer Consolations ingestudeerd en de mooiste  op PCC-concerten  gespeeld.  Ik speelde die  werken van Liszt en des omatine en dansen van Bartók in 2007 ook op mijn eerste avondvullende recital in de Agnietenkapel in Gouda. Dat blijft daardoor altijd een speciale plaats voor me en daar was ik ook nooit voor gevraagd als ze niet gehoord hadden dat ik die 1e prijs had gewonnen op de Christina Concours regiofinale en die aanmoedigingsprijs landelijk. Van optreden, zeker avondvullend, leer je veel en je krijgt er zelfvertrouwen door. Met die Consolations nr. 3 en werken van Debussy heb ik in 2008 het Damwoude pianoconcours gewonnen in mijn eigen categorie en de all-over prijs. Later omdat ik het zo mooi vond heb ik het  nog eens gespeeld op de  voorrondes van het  Internationale Steinway Concours en mocht ik naar de finale. 
 
Je kreeg de 2e prijs in de nationale finale van het internationale Steinway Concours in het concertgebouw.  Speel je  op belangrijke momenten en concoursen altijd werk van Hongaarse componisten?
Daar heb ik nooit over nagedacht, maar het is wel vaak zo geweest. Maar op die finale in het Concertgebouw speelde ik ander repertoire. Dat wordt bepaald door mijn pianodocent uit de Jong Talent Klas Klassiek van het conservatorium in Groningen: Tamara Poddubnaya. Tamara en en Nata Tsvereli geven me afwisselend les met stukken die goed zijn voor mijn pianistische ontwikkeling, de verplichte concours stukken en het repertoire voor optredens waarvoor ik gevraagd ben. Nu onder andere dat 12e painoconcert dat ik na 15 november ook in 2010 speel in Nederland, Duitsland en Italië samen met het Haydn Jeugd Strijk Orkest. Ik heb er heel erg veel zin in. Ik vind het mooi dat het met het HJSO is, omdat zij jong zijn, net als ik. En Mozart past bij het HJSO. De Hongaarse Haydn waar het orkest naar is genoemd was lang in dienst van de familie Esterházy, en heeft tot hoge leeftijd gecomponeerd ook voor strijkers en hij wordt in een adem genoemd met Mozart en Beethoven.  Dus een strijkorkest met zijn naam vind ik ook echt passen
 
Heb je ook werken van Joseph Haydn(1732-1809)  gespeeld?
Ja en niet alleeen dit Haydnjaar. Ik heb op recitals uit de Sonate in F gr. t. no. 38, hob. XVI (23) het  Moderato gespeeld. Haydn heeft iets lichts en sierlijks. En ik heb het Concerto in D gr. t.  Allegro, deel I, deel  vivace en  Menuet in e groot gespeeld. Dat was  op een voorspeelavond op het conservatorium en nog eens op een voorspeelavond op het Peter de Grote Festival. Beide keren met mijn docent Tamara Poddubnaya aan de andere piano. Vlak voor Peter de Grote had ik een interessante Haydnweek gevolgd in Laag Keppel. Ik wist niet dat die er was, maar ik kreeg een uitnodiging van Marlies van Gent na de finale van het Steinway Concours.  Het  was in een mooi kasteel en daar legden Marjes Benoist en Marlies van Gent uit hoe je Haydn speelt op historische instrumenten. Riko Fukuda liet dat zien, zij is gespecialiseerd in die oude instrumenten. Daarna begreep ik beter hoe ik Haydn kon vertalen naar onze tijd. Het helpt voor je stijlgevoel. En zo’n kasteel helpt ook om je voor te stellen hoe het toen was. Dit jaar was er een Mendelssohn week. Je speelt niet alleen Mendelssohn. Er was eeen quatremains avond, daarvoor had ik quatremains marsen van Mendelssohn ingestudeerd en ik kende nog delen uit zijn Midzomernachstdroom, maar ineens mocht ik met mijn vriendin Marthe Groenhuijzen Leo Weiner (19885-1960) spelen.
 
Waarom speelde je in een Mendelssohnweek werk van de Hongaarse componist Leo Weiner (1985-1960)?
We speelden solo ook al Lieder ohne Wörter van Mendelssohn, maar op die quatre mains avond speelden we Weiner omdat Marlies van Gent dat  vroeg, ze wist dat we die compositie kenden. Op het Orlando Festival 2008 speelden we die in de kamermuziekweek met laureaten van het PCC en  jonge musici. Wij hadden die compositie uitgekozen en toen gevraagd of we die mochten spelen daar op het Orlando Festival,  een superfestival door de lessen, de optredens en de sfeer. Je maakt er  vrienden en we hadden elkaar het jaar daarvoor op Orlando leren kennen. Met quatre mains hadden we meer kans om er weer heen te mogen, er is altijd een overschot aan pianisten en we haddden geen ensemble. We kwamen op het idee toen we bij elkaar logeerden voor de lol quatre mains de Hongaarse dans van Hengeveld  instudeerden. Die hebben we bij mijn ouders in de galerie (Galerie Bloemrijk Vertrouwen, Oudkerk)  gespeeld. Marthes  moeder,  pianiste Adriënne Althof en Marthe kwamen voor een vervolg op Weiner. Toen ik het bekeek, dacht ik: dat is geweldig om te spelen. Vooral de Vossendans die bijna iedere pianist meteen herkent.  We zouden het na Orlando eerst op een concert spelen maar dat ging niet door vanwege de regen. Gelukkig mochten we via het PCC onze Weiner op een  concert in Norg spelen. Het was heel mooi om het na een jaar weer te spelen, na even heel hard studeren om het op te halen, maar we voelen elkaar goed aan.  Ik zou het vaker willen spelen, omdat het echt een stuk is om je te laten gaan. Je krijgt er energie van en dat voel je ook aan de zaal als je het speelt.
 
Ga je nog meer Hongaars repertoire spelen?
Ja, als het kan, want ik vind het interessant dat je zoveel kan ontdekken in de muziek. Ik ben na het spelen op die herdenking twee keer uitgenodigd door de Hongaarse Mikes. Dat heet voluit Hollandiai Mikes Kelemen Kör (Association for Hungarian art, literature and science in the Netherlands). Ik mocht er op hun zomer afsluiting-concert musiceren. Er is een heel gezellige sfeer en ze luisteren er met aandacht. Na afloop is er een picknick en daarom mogen ook kinderen komen luisteren. Dit jaar zou wil ik iets van Liszt spelen, dat nog niet ingepast worden in  mijn vaste lesprogramma.  Maar het toeval helpt me, waardoor het me misschien toch lukt. Wibi Soerjadi heeft toen hij een schermtraining deed met mijn vader, een keer naar me geluisterd toen ik nog op de basisschool zat. Dat was vlak voor ik naar de Ferwerda Academie ging. Hij was benieuwd hoe het verder met me zou gaan en hij zei dat ik pianist zou kunnen worden. Rein en hij zagen het toen, maar heel veel mensen dachten niet dat ik het in me had. Een paar jaar later nodigde Wibi me via het PCC uit om op de Wulperhorst  op het zomerconcert  te spelen. Dat was na die PCC-prijzen in 2007. Ik mocht in 2008 terugkomen maar alle optredens werden afgelast. Dat hoort ook bij een muziekleven, dat dat kan gebeuren. Dus hij hoorde me pas na bijna twee jaar, bij de opening van de vleugel-  en pianozaak van Evert Snel. Toen vroeg hij daarna of ik misschien eens langs wilde komen of naar de summer course wilde komen, waar ik zelf mocht kiezen wat ik wilde spelen! Ik heb iets van Liszt uitgekozen dat ik vreselijk mooi vind. Toen ik het anderen hoorde spelen dacht ik altijd: dat wil ik zo graag ook eens zelf spelen. Ik speel omdat ik zoveel van muziek houdt, dat ik alles eruit wil halen wat erin zit en dat stuk past bij mij, dat voel ik. Daarom ben ik er in de grote vakantie aan begonnen, op een dag zal ik het spelen voor de Mikes. Ik vind het toch het allermooiste als je je muziek kan delen en iemand echt raken met jouw muziek. Ik heb het 20 oktober mogen spelen op het besloten summercourse eindconcert in Zeist op de Wulperhorst. Maar ik wil het nu even laten rusten en later weer oppakken. Dat werkt echt goed bij mij om iets te laten bezinken. En daarna speel ik het zo veel als kan. Het is echt mooi, maar op dit moment richt ik mijn aandacht ook op kamermuziek maken met Fréderique Purnot (fluit), we mogen veel optreden samen en daarnaast dus het orkest en de solowerken en ik mag nog zang begeleiden in de Kerstvakantie en ik werk aan repertoire voor een concours en natuurlijk het lesrepertoire en gewoon school (gymnasium). In de Kerstvakante hoop ik dan weer door te werken aan Liszt, dan heb ik geen school of les en kan ik extra muziek maken.    
 
Tot slot, wat betekent Hongaarse muziek voor je?
Extra kleuren en soms een heel eigen klankwereld. Die neem je helemaal in je op en dat zit dan voor atijd in je. Het is ook een thuisgevoel dat het zo meesleepend kan zijn. Soms is het zo lekker om je in uitersten uit te leven en je helemaal te laten gaan. Dat kan heel gevoelig bijvoorbeeld in de Consolations van Liszt of  door de humor en de ritmes zoals bij Weiner. Je kan er niet één ding eruit halen, maar ik ben meer een musicus omdat ik ook zo in de diepte Bartók en Weiner heb mogen spelen. Dat geldt ook voor Liszt en Haydn, maar die krijg je makkelijker te spelen op het conservatorium. Het gaat om herkennen en ontdekken en dat heb ik niet alleen in Hongaarse muziek, maar ook met andere componisten. Grieg komt uit Noord-Europa, ik ben daar nog nooit geweest maar zijn muziek is ook heel  mooi. Ik herken wel de sfeer van de natuur, die hij erin uitdrukt. En Chopin, Mozart en Beethoven hebben allemaal fijne dingen geschreven voor de piano. En Bach en Mendelssohn en Poulenc. Ik ga nog zoveel componisten en nieuwe stukken ontdekken. Maar die Hongaarse stukken waren voor mij heel fijn omdat ze op het juiste moment kwamen. Het helpt als je als musicus uit heel veel kleuren en gevoelens en sferen kan kiezen. Dan na een hele lange tijd kan je elke noot op nog veel meer manieren spelen. Het maakt je gevoeliger voor de klank als je op zoek bent  naar een bepaalde kleur of sfeer. Als ik die ergens in hoor, wil ik die helemaal voelen, dat kan alleen door het te spelen.  Dat was zo met Bartók en Weiner, maar ook met Chopin en Grieg en heel veel andere componisten, ineens is het er. Met kamermuziek heb ik dat ook,  dat ik ineens denk, oh die klank… en dan gebeurt er wat. En als dat zo is, dan leef ik  helemaal.  Muziek maken is echt mijn leven, ik kan er nooit genoeg van krijgen.
Wie Valentina wil horen kan op haar site www.valentinatoth.nl kijken waar ze optreedt.  Ook staan haar optredens regelmatig op www.hongaarsconcert.nl

Zie ook www.valentinatoth.nl