Bibliografie over 1956

Over en naar aanleiding van de Hongaarse opstand zijn in de loop der tijd tientallen boeken verschenen, hierbij een overzicht.

KONKOLY Kálmán + ÁBRÁNY “Een land in vlammen. Het offer dat Hongarije bracht” La Riviere & Voorhoeve (Zwolle) 1956, 164 blz.
In korte hoofdstukken beschrijven zij de gebeurtenissen tijdens de opstand.

KOPÁCSI Sándor “In naam van de werkende klasse. Hongarije 1956: Het dilemma van een politieofficier” Uitgeverij het Spectrum (Utrecht/Antwerpen) 1981, 302 blz.
Deze hoofdcommissaris van politie in Budapest schrijft in zijn memoires over de gebeurtenissen en zijn dilemma’s in die tijd.

KOVÁCS Tibor “Het drama Hongarije. Achtergrond en oorzaken” Uitgeverij Het Spectrum (Utrecht/Antwerpen) 1957, 203 blz.
Hij geeft een sociaal-psychologische beschouwing over de Hongaarse revolutie en de omstandigheden, die daartoe hebben geleid.

KONRÁD György “Zonsverduistering” De Bezige Bij (Amsterdam) 2004
In zijn autobiografie beschrijft Konrád vanaf blz. 144 zijn leven tijdens de dagen van de opstand, ook over de vlucht van zijn zuster Éva. Hij bleef, ging aan een tafel zitten en heeft iets geschreven. . .

ILLÉS Vera “Kind van een andere tijd” Prometeus (Amsterdam) 1992. 170 blz.
In haar boek schrijft Vera over de opstand die zij als nog geen elfjarige beleeft, de vlucht naar Oostenrijk. Aankomst en verblijf in Nederland in een gastgezin, haar schooltijd, het orthodox- joodse gezinsleven, verblijf in de zomerkampen van de socialistisch-zionistische beweging enz. Het is een verslag van de psychische en fysische ontheemding. Het groeien in een nieuwe identiteit en het aanvaarden van een tweeslachtigheid. Zij geeft de antwoorden op de vele vragen, die haar steeds worden gesteld: voel jij je Nederlandse of Hongaarse, heb je heimwee enz.

In “Het Beste uit Readers Digest” verscheen in februari 1959 “Hongarije’s fiere rebel” over Pál MÁLÉTER, geschreven door Mária, de vrouw waarvan hij al jaren was gescheiden. Zij vluchtte met de kinderen naar Oostenrijk, Pál werd in 1958 ter dood veroordeeld.

Verscheidene Westerse journalisten hebben ook over hun persoonlijke ervaringen geschreven. SPRANG, Alfred van “Een journalist zwerft over de wereld” Uitgeverij V.A. Kramers (‘s-Gravenhage). In het boek schrijft de Nederlandse journalist zijn relaas in het hoofdstuk Hongarije – Dagboek uit Boedapest. Hij versloeg vanuit de hoofdstad voor de NCRV het neerslaan door de Russen en verhaalt over een Nederlandse student, die 3 november nog naar de stad was gekomen om te gaan helpen.

BARBER, Noel “De Hongaarse opstand. Zeven dagen vrijheid” Elsevier (Amsterdam/Brussel) 1976. 222 blz.
Het boek bevat getuigenissen van een aantal Hongaren die aan de opstand deelnamen. Zie ook: Moment voor een monument.

MICHENER, James A. “De brug bij Andau” Scheltens & Giltay (Amsterdam) 208 blz.
Als Michener in Oostenrijk aankomt is de grens met Hongarije al gesloten. Zijn boek is gebaseerd op de verhalen van vluchtelingen, die hij aan de grens bij Andau heeft ontmoet. In zijn boek schrijft hij ook over zijn ontmoeting over de fotografe die voor Life fotoreportages komt maken.

CHAPELLE, Dickey “Wat moet die vrouw?” Prisma-boeken (Utrecht/Antwerpen) 1964. Zij is de fotografe, die op 5 december illegaal Hongarije binnenkomt, gevangen genomen wordt, vijftig dagen gevangen zit en tenslotte veroordeeld wordt binnen 48 uur het land te verlaten.

Tegen de achtergrond van de Hongaarse opstand zijn ook een aantal romans verschenen:
ÁRVAY Dezsö “Drie uur nog duurt de nacht” Gottmer (Haarlem/Antwerpen) 1960, 1e druk, 295 blz. eveneens verschenen in de Damiate reeks 13, 1963, 2e druk, 319 blz. De schrijver had Hongaarse ouders, woonde in de Bondsrepubliek Duitsland. Tijdens de opstand hielp hij als hospitaalsoldaat in een lazaret in Budapest.

BATORI Miklós “Ingemetseld” Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar (‘s-Gravenhage/Rotterdam) 1963, 210 blz. Een AVO-agent probeert aan zijn achtervolgers te ontsnappen en verschanst zich op een zolder. Om hem te dwingen het gebouw via het dak te verlaten metselt men de deur dicht.

IGAZY János “Aan de rode Donau” Moussaults Uitgeverij (Bussum) 1957, 200 blz.
Het leven in Hongarije vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt beschreven aan de hand van de familie Földesi, zij beleeft de vrijheid tijdens de opstand en vlucht tenslotte naar Oostenrijk.

KISJÓKAI Erzsébet “Teken aan de wand” Van Holkema & Warendorf (Amsterdam) 190 blz. Zoltán Berky en Klari zijn de hoofdfiguren in dit verhaal over de gebeurtenissen tijdens de opstand, zij vlucht en komt tenslotte in Nederland terecht. Van haar verscheen ook “Hongarije. Land van martelaren” Magyar Ház (Brussel) 1957, 48 blz. Hier in zijn artikelen opgenomen die eerder verschenen in het tijdschrift “Magyar Ház”.

SEBESTYÉN György “De deuren gaan op slot. Tragedie van de Hongaarse opstand” De Boekerij (Baarn) 1958, 239 blz. De schrijver werkte als redacteur en dramaturg in Budapest. Hij schreef een realistische roman over een jonge Hongaar die door de opstand van zijn nihilistische levensopvatting terugkeert.

Dr. Géza “Mijn Hongaarse Memoires” Uitgeverij Libra (B/Kontich) 226 blz.
De hoofdfiguur in deze roman is een jongeman uit een adellijk geslacht. Zijn levensbeschrijving begint in september 1940. Als de opstand in 1956 uitbreekt is hij dertig jaar en arts in Budapest. Hij neemt deel aan de gevechten en raakt daarbij gewond, reden voor hem om naar Oostenrijk te vluchten.

GALGÓCZI Erzsébet “Met andere ogen / Another way” Uitgeverij In de Knipscheer (Haarlem) 1983, 1e druk;1986, 2e druk. 191 blz. Het verhaal speelt zich af in de nadagen van de opstand. Eva S., een jonge journaliste, is niet bereid privé of beroepshalve compromissen te sluiten. Haar levensloop die een vroegtijdig tragisch einde kent, wordt hier gereconstrueerd. De bekroonde verfilming van het boek betekende haar eerste internationale succes.

JORIS, Marc “Een woud van glas. Boedapest 1956” Uitgeverij De Roerdomp (B/Brecht) 1982, 224 blz. Als een idealistische Amerikaanse officier in Hongarije contact wil leggen met leiders van de ondergrondse om Hongaren naar het Westen te smokkelen, wordt hij gearresteerd. Zijn toestand lijkt hopeloos, maar dan breekt de opstand uit. . .

Jeugdboeken
HÁMORI László “De gevaarlijke reis” De Arbeiderspers (Amsterdam) 1958, 1e druk, 183 blz.; 2e druk 1962. Als de ouders van Laci uit Hongarije vluchten, blijft hij bij zijn grootmoeder in Budapest. Samen met de uit een tuchtschool ontsnapte Pista onderneemt hij de avontuurlijke en spannende reis naar Wenen.
Zie ook MM! 26, blz. 27.

VERBEETEN, W.J. “Vlucht uit Boedapest” Drukkerij de Spaarnestad (Haarlem) 146 blz. Als de 15-jarige Gellért Szémendi het uitbreken van de opstand ziet wil hij ook meevechten, maar samen met zijn vader die boekhouder is in een conservenfabriek helpt hij de verzetstrijders bevoorraden. Als zijn oom gewond raakt en AVO-agenten huiszoeking komen doen moeten zij vluchten. Tijdens de treinreis raken Gellért en zijn moeder gescheiden van vader en Margit. Na vele spannende avonturen bereiken zij allemaal Oostenrijk en komen ook in Nederland aan, daar wordt het gezin tenslotte herenigd, dankzij een Nederlandse journalist.

VAN REMOORTERE, Julien “Vechten, Ferenc!” Arbeiderspers (Brussel) reinaert junior 31, 160 blz. Ferenc, een jonge fabrieksarbeider, wil niets liever dan vechten, vechten tegen de kapitalisten. Maar als de Russen Hongarije binnenvallen, draait hij om, hij vecht voor Hongarije. Hij vlucht tenslotte naar het Westen, maar belooft terug te komen en het vaderland weer op te bouwen.

“De tragedie van Hongarije” is een overdruk uit het tijdschrift “Aantreden” uit december 1956, orgaan van de Ned. Vereniging van Ex-Politieke Gevangenen uit de Bezettingstijd. Het werd uitgegeven door het Nationaal Comité tot bestrijding van het Concentratiekampsysteem in Haarlem. Hierin vindt men artikelen over de hulpverlening, een hulptransport naar Budapest, de vluchtelingenkampen in Oostenrijk, maar ook de sfeer in Nederland, de machteloze woede, de solidariteit met de Hongaren en anticommunistische houding van het volk.

In 1957 verscheen het “Rapport van de speciale commissie van de verenigde Naties inzake de Hongaarse kwestie” uitgegeven door de Stichting Vrede en Vrijheid (‘s-Gravenhage) 162 blz. Het is een lijvig rapport in een zakelijke en feitelijke stijl, een ontleding van de gebeurtenissen o.a. samengesteld aan de hand van verhoren van Hongaarse vluchtelingen. Later gaf het Ministerie van Buitenlandse Zaken nog twee rapporten uit: “Hongarije en de Verenigde Naties” October 1956 - Maart 1957, nummer 47 en April 1957 - Januari 1958, nummer 51, samen 232 bladzijden. Zij bevatten de verslagen van de zittingen in die jaren, de redes van de Nederlandse vertegenwoordiger, in het Engels, ook “Hongarije in het Nederlandse Parlement” en “Nederland en de Hulpverlening aan de Hongaarse vluchtelingen”.

Duco HELLEMA schreef het boek “1956. De Nederlandse houding ten aanzien van de Hongaarse Revolutie en de Suezcrisis” Uitgeverij Jan Mets (Amsterdam) 1990, 294 blz. Hij analyseert daarin hoe politici, diplomaten en opinieleiders daarop reageerden.

Vermeld moet nog worden het boek “Hongarije, de prijs van de vrijheid” dat verscheen bij de fototentoonstelling in het kader van Europalia 99 Hungaria in België. Het bevat naast unieke foto’s over de opstand uit het Horus-archief ook een lijst met de namen van 230 Hongaren, tussen de 18 en 66 jaar, die werden veroordeeld en ter dood gebracht. Verder de artikelen “Twaalf dagen vrijheid in Hongarije in 1956” door Frigyes KAHLER en “Revolutie” door Albert KOVÁTS.

Tussen 10 en 20 november maakten Violette CORNELIUS en Ata KANDÓ foto’s van de vluchtelingen aan de Hongaars-Oostenrijkse grens. Hiervan werd een boek uitgegeven waarvan de opbrengst bestemd was voor het kind uit Hongarije.
In Vlaanderen werd in 1957 ten bate van de Hongaarse vluchtelingen “Het herdertje van Pest. Een berijmde vertelling” uitgegeven. Anton van Wilderode, pseudoniem van Cyriel COUPÉ, schreef dit gelegenheidsgedicht dat was geïnspireerd op de Hongaarse opstand.

Tot slot nog enkele taalgidsjes.
Het Nationaal Comité Hulpverlening Hongaarse Volk gaf bij de aankomst van de vluchtelingen in Nederland, november 1956 twee boekjes uit:
“Woorden en zinnetjes voor een Eenvoudig Hongaars gesprek” door de dames M. SZIRMAI-SEBESTYÉN en C.C.J. GOSSES-AZINGS VENEMA, en “Handleiding om in korte tijd Hongaars te leren lezen, schrijven en spreken” door Sandor SZELL. Beide zijn tweetalig en het laatste bevat naast een taalcursus ook de radiorede uitgesproken door H.M. de Koningin ter begroeting van de Hongaarse vluchtelingen op 15 november 1956 te 20.00 uur over Hilversum I en II, met de Hongaarse vertaling en foto’s van de koninklijke familie. Men verontschuldigt zich voor de tekortkomingen en fouten, want het was een herdruk van een uitgave van dertig jaar tevoren.

In Vlaanderen verscheen “Praktisch Hongaars, met uitspraakleer van het Nederlands ten behoeve der Hongaren” door E.H. F. LAKATOS, Dr. F. LANDSER en Dr. F. VERACHTERT in 1956 bij de Kempische Boekhandel (Retie).
Dit overzicht is zonder twijfel niet compleet, aanvullingen zijn dan ook van harte welkom.

Leo BOODE