Stroomafwaarts langs de Donau

door Gerhild Tóth

In 2002 kwam in een vloeiende vertaling van Robert Kellerman het in 1991 door Péter Esterházy geschreven boek Stroomafwaarts langs de Donau uit bij de Arbeiderspers. Esterházy beschrijft erudiet en met passie in aaneengeregen fragmenten een multi-culturele geschiedenis.

Medeleven en ironie strijden om beurten om de eer. Oost en west kunnen zich moeiteloos vermengen in zijn woordenstroom. Vlak daarna lijken ze echter als fait accompli tegenover elkaar te staan. Het boek is in 1991 uitgekomen, de auteur memoreert daarover: ”De surrealistische maar loodzware zeepbel van het socialisme was uit elkaar gespat.” Dergelijke beeldende omschrijvingen en stellingnamen weet de schrijver telkens opnieuw in te bedden in zijn vertelkunst. In dit boek vlieg je door de tijd om ondertussen zo op het oog, bijna achteloos gelegde verbanden op politiek, sociaal, cultureel en geografisch vlak aangereikt te krijgen. Flarden van indringende gesprekken, intense belevenissen uit Esterházy’s eigen persoonlijke herinnering wisselen zich af met gefingeerde dialogen. De laatste tussen bijvoorbeeld Hitler, Eva, Goebbels en Donau (ja, de rivier) geven tussen neus en lippen ook nog algemenere wetenswaardigheden en feiten.

Aan de hand van dit alles, nog vermengd met wetenschappelijke en literaire citaten van Heine, Goethe en anderen zoals Marx, Metternich, Széchenyi reizen we mee. Van Donauschingen worden we stroomafwaarts meegevoerd tot de Zwarte Zee. Alles in dit boek begint en eindigt bij de Donau: De Donau als Europa’s sine qua non. De vloeibare code van de culturele veelkleurigheid. Slagader van het continent. Geschiedenisrivier. Tijdrivier. De keten die volkeren samenbindt. Vrijheidskluister.
De reiziger uit het boek ontvangt telegrammen van opdrachtgever-inhuurder. De inhoud daarvan schetst de situatie en onderlinge verhoudingen glashelder, reflecties van wat eens was. Reiziger is de beschermengel van het bestaande. Dat bestaande reikt bij Esterházy van liefelijk tot gruwelijk en van tastbaar tot ongrijpbaar. Het omvat het verleden en heden en de vooruitgeworpen verbeelding van de toekomst.
Je kunt dit Donau-boek met autobiografische elementen ook als literair reisboek beschouwen. Wie Hongarije is toegedaan en een van de volgende plaatsen wil bezoeken, doet er goed aan het te lezen. Met de Hongaarse wereldburgerogen van Esterházy kijk je anders naar: Donauschingen, vlakte van Eschingen, Schwabiswörth dat nu Donauwörth heet, Biberach, de Aach, Fridingen, Tuttlingen, het Frankische Juragebergte met klooster van Weltenburg, Ulm, Passau, slot Dürstein, rots Haustein, Wenen, Passau, Immendingen, Eckhartstau, Bratislava, Kómarom, Chilia Veche, Novi Sad, Boedapest, Kilia, Csepel bij Kopasz-zandbank en landhuis Klopfinger, maar ook wie verder wil naar de oorsprong of het verder van Hongarije gelegen Linz en Regensburg of andere niet aan de Donau gelegen Hongaarse steden of zelfs via de Kleine Donau bij Borceatak, Cluj enzovoort tot aan de delta in de Zwarte zee wil reizen vindt in dit boek eigenzinnige informatie. Stroomafwaarts langs de Donau is een boek voor iedereen die geschiedenis en poëzie waardeert. Het is ook een meeslepend boek over eenzame karakters van o.a. Roberto die oom was, maar dubbelspion blijkt. Dit boek raakt flarden van het leven van mensen die zich staande houden in voortdurend veranderende tijdsbeelden, politieke en geografische tijdsbeelden. Het boek eindigt wat minder meeslepend, maar voor alles heb ik - een in Friesland vertoevende Nederlander - dit over de grenzen van het oude Hongarije reikende boek ervaren als een heerlijk, ín-Hongaars boek.

Stroomafwaarts langs de Donau
Péter Esterházy. De Arbeiderspers
Amsterdam-Antwerpen, 2002. Oorspronkelijke titel: Hahn-Hahn grófnô pillantása lefelé a Dunán, 1991.
ISBN 902951523.