Anna

Nee, he, roepen de scholieren in juni in de laatste les voor de zomervakantie, als ze de verplichte literatuurlijst opkrijgen. En altijd weer weten ze wel waarom het overbodig is die boeken allemaal te lezen: En bestaan toch helemaal geen dienstmeisjes meer! En wat kan ons het politieke gekrakeel van na de eerste wereldoorlog nou schelen? Dit zijn maar een paar van de bezwaren die geuit worden ten ongunste van de roman Anna.
Toch wel zonde. Het is jammer dat de leraren niet uitleggen waarom het toch de moeite waard is die boeken te lezen: dat Dezsô Kosztolányi een perfecte weergave heeft gegeven van zijn tijd, dat hij met een fantastische stijl het toenmalige Hongarije heeft beschreven, de veranderingen in de politieke situatie, die van zovele mensen het dagelijks leven overhoop gooide. In plaats van een heel geschiedenisboek hoef je maar een paar bladzijden te lezen in deze roman om jezelf te zien in een van die oude straten in Budapest, in de burgermanshuizen, in de wereld van de schone schijn. Van het ene op het andere moment beland je van de wereld van de ’edele heer’ in die van ’kameraad’ of in die warin nieman meer weet hoe je elkaar moet aanspreken.
Het is dan ook geen wonder dat in deze woelige tijden de zorgen van de kleine luiden uitgroeien tot enrome problemen. De hoofdpersonen in deze roman, de familie Vizy, hebben als voornaamste beslommering het vinden van een geschikt dienstmeisje, een meid die hard werkt, geen eisen stelt, nederig is, niet kletst, geen vragen stelt en, het allerbelangrijkste, niet steelt! (Maar waar heb je tegenwoordig nog dienstmeisjes, hoor ik de scholieren van vandaag al vragen: ieder jaar trekken duizenden meisjes erop uit om - in ruil voor vernederingen en een beetje geld – ergens werk te vinden. Alleen heten zij geen dienstmeisje meer, maar au pair...).
Om terug te keren naar de familie Vizy: al vroeg hadden zij hun kind verloren, zij zijn allang op elkaar uitgekeken, hun leven is uitsluitend nog dragelijk door de regelmatig terugkerende zorg om het vinden van een dienstmeid. Mevrouw Vizy is in haar nopjes als ze hoort dat er weer ’een meisje is’. Ze is zelfs nog in staat tot onderdanigheid als ze de huismeester smeekt om zijn nichtje, de perfecte Anna, voor hen te regelen. Hij bezorgt hun inderdaad de gevraagde ’koopwaar’, het droomdienstmeisje, die zelf overigens vanaf het eerste moment al een hekel heeft aan de woning: er hangt binnen een onuitstaanbare stank.
In de buurt is Anna al gauw bijna nog beroemder dan een filmster. Iedereen heeft het over haar, elke dame is jaloers op mevrouw Vizy. Dan verschijnt de arrogante neef János Patikárius ten tonele. De auteur zet Anna en János vanaf dat moment tegenover elkaar, waarbij het verschil schrijnend is. János, ook wel Jancsi genoemd, ziet er goed uit maar heeft een twijfelachtige inborst, Anna heeft twee stuks afgeleefde gönc, maar is zuiver van binnen. Hoe komen ze toch nog samen in één bed terecht? Alleen Anna koestert liefde, Jancsi is het al gauw zat en laat het meisje alleen achter met haar gevoelens en met de grootste schande: ze is in verwachting. Op aanraden van Jancsi neemt ze een zeer sterk medicijn. Dit vernietigt niet alleen de vrucht in haar schoot, maar ook haar onbedorven ziel.
Het frappante van het verhaal, van hoe het verder gaat met het dienstmeisje, op wie ze wraak neemt en hoe, zal ik niet verklappen, misschien is er nu wel een scholier, student, volwassene, oudere of Nederlandse lezer die zin heeft gekregen in een van de grootste werken uit de Hongaarse literatuur.
En wie geen tijd of zin heeft dit werk van Kosztolányi uit 1926 zelf te lezen verwijs ik graag naar het theater: Anna is al opgevoerd in Újvidék (Novi Sad), in het Csiky Gergely Theater te Kaposvár, in het Nationaal Theater te Marosvásárhely (Tirgu Mures), in het Petôfi Theater te Veszprém en dit seizoen in het Vörösmarty Theater in Székesfehérvár. Ook is het in de videotheek te vinden: al in 1958 werd Anna verfilmd door Zoltán Fábri, met in de hoofdrol de Hongaars filmster Mari Törôcsik.
Als iets moet, dan doen we dat niet graag, daarom zeg ik niet dat het verplicht is om Anna te lezen, te bekijken, op te snuiven en op u te laten inwerken, maar het is wel warm aanbevolen...

door Tímea Aleksza vertaling Edwin van Schie