Taalpraatje 7 - Van thema en focus: de moraal van het verhaal


Eigenlijk zou ik in plaats van dit praatje de Hongaren zelf aan het woord moeten laten. Het zijn immers geboren vertellers, het is een volk van uitleggers. Neem bijvoorbeeld die garderobejuffrouw van het Nemzeti Színház, die, we schrijven 1987, van haar gepensioneerdenbaantje een intellectuele uitdaging maakt door mij, een buitenlander, te vertellen wat Sütő’s bedoelingen waren met diens Advent a Hargitán. U raadt het natuurlijk al, de Transsylvaanse problematiek werd weer eens aan de orde gesteld.
Al veel eerder echter, nl. in 1979 was mijn historische kennis al bijgespijkerd door mijn eerste Hongaarse vriend Karcsi. Maar uitleggen, doordrammen hoeft niet altijd even plezierig te zijn: zo beklaagt Lieve Joris zich in haar Melancholieke revolutie al meteen op de tweede bladzijde over een zeurend persoon die de treinreis van Wenen naar Budapest danig vergalt door zijn omstandige historische verhandelingen.“Ik zal de volgende weken nog vaak aan de man denken. Hij heeft me mijn eerste Hongaarse les gegeven: een les over een obsessie, met het woord en met de geschiedenis.”
Ook Georgina Harding – per fiets In een ander Europa onderweg van Wenen naar Istanboel – komt op haar eerste fietsdagen talloze vertellers tegen die haar een welhaast volledig overzicht geven van de Hongaarse geschiedenis. Iemand weet zelfs deze geschiedenis samen te vatten aan de hand van de bankbiljetten. De beeldenaren van de forintenflappen zijn immers allen ofwel voortijdig aan hun eind gekomen, hetzij gesneuveld, hetzij terechtgesteld, ofwel als balling ver van het vaderland gestorven.
Telkens wee?r maakt de Hongaar van een gezellige keuvel een politieke dan wel filosofische discussie, of liever een historische lezing. Maar men slaagt er altijd in gewillige toehoorders te vinden. György Konrád, Hongaars schrijver, is in Nederland een graaggeziene gast.
Na tien jaar lesgeven smaakte ik het afgelopen jaar zelf weer het genoegen de les te worden gewezen. Ik heb in Csömör menige positieve impuls door mijn brein voelen stromen, al luisterend naar Sanyi, een geboren verteller, bij wie iedereen overigens terecht kan voor taal- of cultuurcursussen (maar dit is reclame en dat mag niet in deze rubriek). De term positieve impuls is maar een poging een persoonlijke ervaring onder woorden te brengen: de ervaring van een reëel warm gevoel in het hoofd dat ik al ken sinds de lagere school, als leraren me in bijzondere mate wisten te boeien met hun verhaal. Niet alleen docenten bewerkstelligen dit effect, ook Hongaren lukt het vaak.

Wist u overigens dat ook in de Hongaarse zinsbouw het verhaal, de boodschap een centrale rol speelt? Als je iets in het Hongaars wilt zeggen, moet je je steeds afvragen wat je eigenlijk wilt vertellen; wat is de boodschap van mijn zin, wat vertel ik over dit of dat bewuste onderwerp?
Welnu dat onderwerp is niet dat wat wij als het onderwerp kennen, maar je kunt het bijvoorbeeld het thema noemen, datgene waarover je een verhaaltje vertelt. Als voorbeeld nemen we“ik”, én in het Hongaars. Als ik me wil voorstellen, kan ik op mezelf wijzen ten teken dat we het over mij gaan hebben,‘“ik” ben het thema. Wat vertel ik vervolgens over dat thema, over mezelf? Dat ik Edwin ben natuurlijk, of dat ik docent ben, of 38 jaar etc. Datgene wat ik over een thema vertel, dat kunnen we de boodschap noemen, de mededeling. Ikzelf gebruik de term focus; je kunt dan zeggen dat er in elke zin een focus is, dat er in elke zin op iets wordt gefocust. Verder heb je om een zin te maken altijd wel een gezegde nodig, voor het gemak spreek ik hier alleen even over een werkwoord als gezegde.
Hoe bouwt een Hongaar nu van deze drie delen een zin? Ofschoon je in elk Hongaars cursusboek kan lezen dat de zinsbouw vrij is en dat derhalve een Hongaarse spreker alle zinsdelen in een zelf gekozen volgorde mag zetten, is er toch sprake van een wetmatigheid: het thema komt altijd vooraan. Op de tweede plaats zet een Hongaar de focus en op plaats drie komt het werk-woord. ‘Ik ben Edwin’ wordt dan Én Edwin vagyok.‘Gyuri gaat naar Amsterdam’ wordt dan Gyuri Amszterdamba megy.
Volledigheidshalve moet ik aan deze indeling drie opmerkingen toevoegen: Het eerste probleempje is dat positie 1 niet altijd hoeft te zijn ingevuld: ik mag ook zeggen Edwin vagyok. Als ik eerst heb gevraagd aan Jutka waar Gyuri nu weer heen gaat, kan ze ook volstaan met Amszterdamba megy. En ook dit is een perfecte Hongaarse zin. (Om het simpel te houden, ga ik hier niet verder in op het feit dat er op positie 1 ook meer dan één zinsdeel kan staan.) Het tweede punt is dat een zin vaak meer dan drie zinsdelen bevat: Gyuri a tegnapi Malévjáraton érkezett Amszterdamba. Je ziet dan dat er ook nog informatie ver-schuift naar achteraan in de zin: ik noem dat de vierde positie. Op deze vierde plaats komen alle zinsdelen die bekende zaken bevatten. In deze laatste zin wisten we kennelijk al dat Gyuri naar Amsterdam is gekomen, we wilden alleen nog maar weten hoe hij reisde.
In feite heb ik nu in enkele zinnen het wezen van de Hongaarse zinsbouw uit de doeken gedaan: elke Hongaarse zin is te herleiden tot een 1-2-3-4–schema: 1 is het thema, 2 de focus, 3 het werkwoord en 4 is de rest (nl. de rest van de bekende informatie). Als u nu behoefte hebt aan voorbeeldzinnetjes, zinnen waarin bijvoorbeeld duidelijk wordt dat ook de problematiek van het verschuivende werkwoordsvoorvoegsel hier perfect mee is te verklaren, dan moet u binnenkort maar eens een kijkje nemen in het Kort Overzicht van de Hongaarse Grammatica (oeps, doe je het weer, je zou toch op deze bladzijde geen reclame maken!). Er wordt hard gewerkt om dit boekwerkje tegen de zomer uit te brengen.

(In middels - we schrijven anno 2006 - heeft Edwin van dit boekje al ruim duizend exemplaren verkocht in Vlaanderen, Nederland en Hongarije)