Taalpraatje 12 - Een derde ’rariteit’ in het Hongaars



Cirkels en tabellen:
een 'wiskundige' benadering van het Hongaars

Wie Hongaars gaat leren moet zich niet alleen een bijna totaal nieuwe woordenschat eigen maken, maar ook een flinke voorraad achtervoegsels en uitgangen: van plaatsbepalingsachtervoegsels en werkwoordsvervoegingen tot persoonstekens en afleidingsuitgangen. Als complicerende factor blijken bijna al deze uitgangen en achtervoegsels uit twee of meer varianten te bestaan: al naar gelang van de klankkleur van het Hongaarse woord bevat de uitgang voorklinkers of achterklinkers.

Op deze wijze start het Taalpraatje in nummer 39 waarin Edwin van Schie u een aantal, bijna 'wiskundig' logische verschijnselen van het Hongaars laat zien, maar ook een verrassende, nieuwe theorie, die een aantal tot nu toe zeer onlogische 'rariteiten' tot een logisch geheel smeedt…

Hieronder een extra, taalkundige, aanvulling bij zijn Taalpraatje. Wiilt u het oorspronkelijke lezen? Nummer 39 van Most Magyarul! Hongarije Magazine is inmiddels uitverkocht, maar docent Hongaars Edwin  stuurt u op verzoek graag een pdf'je van zijn artikel. Sinds juli 2012 vindt u het taalpraatje ook in een eigen artikel: Cirkels en tabellen

Een derde "rariteit" in het Hongaars
Een ander interessant verschijnsel in het Hongaars is dat de persoonsuitgangen van het bezit– op één na (!)– vrijwel identiek zijn aan de werkwoordsuitgangen in de bepaalde vervoeging. Ik geef een paar voorbeelden:
az asztalom (mijn tafel) en látom (ik zie het, hem, haar)
a széked (je stoel) en keresed (je zoekt het, hem, haar)
János szobája (Jan’s kamer) en megmondja (hij/zij zegt het).

De overeenkomst tussen deze uitgangen kan worden verklaard door te wijzen op het identificerende karakter ervan. Bij de zelfstandige naamwoorden geven ze aan bij welke persoon precies de genoemde voorwerpen horen, ze geven dus een nadere precisering aan van het voorwerp, en bij de werkwoorden houden deze uitgangen een ’bepaald’, dus een expliciet object in, dat wil zeggen het object dat zowel bij de spreker als bij de toehoorder bekend en geïdentificeerd is.

Het vreemde is echter dat één uitgang spelbreker blijkt te zijn bij deze overeenkomst: de bezitsuitgang -unk,-ünk verschijnt bij de werkwoordsvervoeging niet in de bepaalde maar juist bij de onbepaalde vervoeging. Een toevallige uitzondering?

Even een lesje tussendoor over het begrip ’wij’
Welnu, als we ons op een taalkundige manier bezighouden met het begrip wij, dan dan kunnen we niet zonder meer stellen dat het alleen maar het meervoud is van de eerste persoon: immers, als je wij zegt, wie horen daar dan bij? Als je als allenstaande ouder tegen je kinderen zegt. ’Jongens, we gaan eten’, dan betekent dat wij jullie en ik, dus de eerste persoon samen met een tweede persoon. Maar het kan ook zijn dat je hebt gekookt voor je kinderen én je partner en dan tegen je kinderen zegt: We gaan eten! Dan bedoel je met we niet alleen jezelf en die kinderen maar ook nog je partner, een derde persoon dus, die op dat moment nog elders is. Maar als je met je partner zonder de kinderen uitgaat, en je roept dan: Jongens, we gaan weg. dan spreek je alleen voor jezelf en voor de partner (die dan bijvoorbeeld al bij de auto staat te wachten). Wij is dan een eerste persoon in combinatie met alleen een derde persoon!

’Wij’ en het Cirkeldiagram uit MM 39
Het begrip wij is dus qua betekenis niet alleen maar een eerste persoon (meervoud), maar impliceert ook altijd een tweede en/of derde persoon. Daarom ontbreekt dus in het cirkelschema de aparte vorm voor wij-jullie (onderwerp wij, lijdend voorwerp jullie), omdat het begrip wij altijd ook een tweede en/of derde persoon bevat. De relatie wij-jullie is er dus niet een, waarbij het lijdend voorwerp hoger is dan het onderwerp...!

Dit verklaart ook waarom de uitgang -unk, -ünk (wij, ons) spelbreker lijkt te zijn bij de overeenkomst tussen de persoonsuitgangen van het bezit en die bij de bepaalde vervoeging van het werkwoord -unk, -ünk verschijnt bij de werkwoordsvervoeging immers niet in de bepaalde maar juist bij de onbepaalde vervoeging. Deze op het oog toevallige uitzondering is te verklaren aan de hand van het cirkelmodel (zie het magazine, nr. 39) en de definities die horen bij inwaarts en uitwaarts: van binnen naar buiten (onderwerp lager dan lijdend voorwerp) worden de bepaalde uitgangen gebruikt, van buiten naar binnen de onbepaalde. -unk, -ünk is dus van allebei wat: het is een onbepaalde vervoegingsuitgang die past bij zijn plaats als eerste persoon in het schema, maar qua vorm is een bepaalde uitgang, die past bij het feit dat wij altijd ook een tweede en/of derde persoon impliceert, waardoor wij dus hoger is dan jullie.

Wilt u het (eenvoudigere) hoofdartikel lezen? Bestel dan nummer 39 van Most Magyarul! Hongarije Magazine.