Matyi de ganzenhoeder



E was eens een arme vrouw en haar puberzoon.

De jongen heet Matyi de ganzenhoeder, omdat hij altijd de ganzen van zijn moeder hoedt. De arme vrouw zegt een keer tegen Matyi:
“Ga naar de markt van Döbrög mijn jongen, neem 16 ganzen mee en verkoop ze niet goedkoper dan
één mária per stuk!"
De jongen gaat op weg naar de markt. De landheer van Döbrög komt er aan en vraagt aan Matyi:
“Hoeveel kosten de ganzen, jongen?”
“Één Mária per stuk” antwoordt Matyi.
“Één Mária? Dat is te veel.”
“Dat is niet veel, ik geef ze zelfs de koning niet goedkoper” zegt Matyi.
De landheer zwaait naar de dienaren, die daarop Matyi en de ganzen naar de binnenplaats van de landheer brengen. Matyi wordt flink afgeranseld, 25 stokslagen krijgt hij op zijn rug.
“Nu kun je naar huis gaan” zegt de landheer.
“En het geld?” jammert Matyi.
“Was het nog niet genoeg? Geef hem nog 25 stokslagen.”
De dienaren slaan Matyi nog 25 keer op zijn rug.
Matyi gaat op weg naar huis, maar voorbij de poort draait hij zich nog om en dreigt de landheer:
“Onthoud, heer, dat deze Matyi de ganzenhoeder drie maal zal terugslaan!”
Ondertussen lacht de landheer alleen maar en luistert niet eens naar hem.

De jaren gaan voorbij, Matyi is een grote kerel geworden. Op een keer hoort hij, dat de landheer van Döbrög een landhuis bouwt. Hij verkleedt zich als mees-tertimmerman, gaat naar de stad, loopt de binnenplaats van de landheer op en begint de balken te bekijken. De landheer komt eraan en vraagt: “Wat kijkt u naar deze balken?”
“Ik ben meester-timmerman en ik heb al in veel beroemde vreemde landen gewerkt. Dit hout hier is niet goed. Voor dit landhuis heb je betere en mooiere bomen nodig.”
“Er staan in mijn bos hele mooie bomen, wij zullen erheen gaan en de beste uitkiezen.”
De landheer en Matyi gaan met honderd mannen gewapend met bijlen naar het bos. Matyi wijst de bomen achter elkaar aan en de mannen hakken ze om.
“Hier zijn inderdaad heel veel mooie bomen, maar de mooiste heb ik nog niet gevonden.”
Met zijn tweeën gaan ze diep het bos in, en daar, waar zij het lawaai van de bijlen niet meer horen, zegt Matyi tegen de heer:
“Ik denk dat deze boom goed zal zijn, kom en sla uw armen eromheen.”
De landheer loopt er heen en om-helst de boom. Matyi bindt snel de handen van de landheer samen en met een grote stok slaat hij hem precies vijftig keer. Dan lacht hij vrolijk:
“Ik ben geen meester-timmerman, mijn naam is Matyi de ganzenhoe-der. Herinnert u zich, wat ik heb gezegd? Onthoud goed, dat ik u nóg tweemaal zal slaan.”
Matyi laat de landheer bij de boom achter en gaat naar huis. Pas ’s avonds vinden de mensen de arme heer van Döbrög. En hij werd zo ziek, dat zelfs de doktoren hem niet konden genezen.
Als Matyi dit hoort, verkleedt hij zich als doktor en gaat op weg naar het landhuis. Hij vertelt dat hij een wonderdokter is die al in veel vreemde landen is geweest en voor veel geld de landheer zal genezen.
De dienaren verheugen zich hierover en laten Matyi binnen bij de landheer.
“In één dag genees ik u, mijnheer, laat de dienaren maar naar het bos gaan en zoveel mogelijk wonderkruid verzamelen als zij kunnen. De rest is mijn zaak.”
De landheer stuurt iedereen, zelfs de kinderen, naar het bos. Niemand blijft in het landhuis. Dit is waarop Matyi wacht. Hij haalt de stok tevoorschijn en slaat de landheer flink.
“Ik ben geen wonderdoktor: Matyi de ganzenhoeder is mijn naam. Herinnert u zich wat ik heb gezegd? Onthoud goed, dat ik u nóg een keer zal slaan.”

De jaren verstrijken. Wanneer iedereen de zaak begint te vergeten, gaat Matyi naar de markt van Dö-brög. Daar ziet hij, dat een boer zijn paarden niet kan verkopen, omdat ze mager en ziek zijn. Hij loopt naar de boer en zegt:
“Ik koop jouw paarden, als jij naar de landheer roept ‘ik ben Matyi de ganzenhoeder’.”
De boer is blij met het aanbod en Matyi koopt de paarden. De markt is al lang ten einde, wanneer de landheer aan komt rijden in zijn koets. De boer roept:
“Ik ben Matyi de ganzenhoeder.”
“Houdt de dief, houdt de dief!” schreeuwt de landheer. De boer rent weg met de dienaren achter zich aan. Matyi blijft alleen achter met de landheer, hij haalt de stok te voorschijn en geeft hem een flinke afranseling. Daarna rent hij ook weg en roept:
“Ík ben Matyi de ganzenhoeder, niet die man! Ik heb het u beloofd: ik heb u ook voor de derde keer geslagen!”

Máriás – een oude munt, met de afbeelding van de heilige Maria
Döbrög – een stad

bewerkt door Zsuzsanna Pál
tekeningen Tessel Dekker
vertaling Edwin Maassen