Onnozele Misjka

Verteller:   Er was eens ergens op de wijde wereld,
waar weet ik zelf ook niet, een jongen
die Onnozele Hans werd genoemd.
Zijn bijnaam paste goed bij hem,
want hij deed de hele dag alleen maar domme dingen.

Op een keer werd hij naar het bos gestuurd om hout te halen.
Omdat hij had geen zin de boom in stukken te zagen en deze een voor een op de kar te laden, parkeerde hij zijn ossewagen recht onder de boom, zodat die in zijn geheel in de kar kon vallen.

En zo gezegd, zo gedaan, eerst hakte hij de boom om.
En, inderdaad, deze viel precies op de kar,
maar met zo’n oorverdovend geraas
dat de boom de beide ossen én de wagen volledig
verpletterde...

'O jee,' krabde Hans zich achter de oren,
'Ik mag niet met lege handen thuiskomen.'
Daarom pakte hij maar gauw zijn bijl in zijn handen
en begaf zich op weg naar huis.

Onderweg kwam hij bij een meertje.
Wat zag hij daar in het water?
Een wilde eend. Misschien kon die lekkere eend alles weer goed maken, dacht hij.
En dus smeet hij zijn bijl naar de kop van de eend.
Maar de eend vloog op, de bijl viel in het water en zonk
onmiddellijk: weg bijl!

Hoe moest hij die bijl nu weer terugkrijgen?, dacht Hans.
Opeens sloeg hij zich op zijn voorhoofd,
verrek, natuurlijk, ik weet het!
Ik ben toch wel een beetje slim, hoor!

Hij had immers drie gouden stuivers op zak.
Hij pakte die stuivers en wierp ze
een voor een het water in
om te proberen of er misschien eentje op de bijl
terecht zou komen en dan een geluidje zou geven.
Maar, hoe kon het ook anders:
geen enkel muntje trof doel!

Ach, jeminee, tierde en vloekte Hans nu
'En toch zal ik je te pakken krijgen,
stomme bijl!!'
Hij trok snel zijn kleren uit en dook het water in.
Het was al avond toen hij genoeg had van het zoeken
en het behoorlijk koud had gekregen.
Hij ging weer aan de kant om zich aan te kleden...
maar, terwijl Hans in het water lag,
hadden de honden al zijn kleren meegenomen.

Verteller:  En toen moest Hans in zijn blootje naar huis toe.

Daar kreeg hij natuurlijk de wind van voren:
Toen hij vertelde wat hem die dag was overkomen,
werd zijn moeder zo kwaad, dat ze naar de deegroller greep
en hem zo'n ongenadig pak ransel gaf, dat je het aantal slagen  maar nauwelijks kon tellen, laat staan verdragen…