Professor Penalty met Hongaarse wortels biedt inzicht in de succesfactoren van Oranje

Voor het WK voetbal schreef Gyuri Vergouw het boek Oranje wereldkampioen. Het boek vormt het sluitstuk van een sportwetenschappelijk drieluik.  Eerder publiceerde hij over de ultieme strafschop en een analyse van het Duitse voetbal. Een interview over zijn Hongaarse achtergrond, de gezamenlijke trauma’s van 1954 en 1974, en de wil om te leren van fouten.

Door Tim Baas

 

MM!: U heeft een Nederlandse achternaam, maar een Hongaarse voornaam.
‘In de jaren twintig is mijn moeder naar Nederland gekomen voor een vakantie bij een pleeggezin. Het was op initiatief van het  Rode Kruis. Ze was vier jaar, en sprak natuurlijk alleen Hongaars. Het moet een aparte ervaring voor mijn moeder en het pleeggezin zijn geweest. Na een korte terugkeer naar Hongarije, is ze uiteindelijk gebleven. Ze leerde de Nederlandse taal en trouwde met een Nederlander. Toch is haar ziel Hongaars gebleven. Mijn broer kreeg een Nederlandse voornaam, ik een Hongaarse.’

MM!: Wat was de achtergrond van uw moeder?
‘Mijn moeder kwam uit een gezin met 16 kinderen. Ze woonde in Boedapest, vlakbij de Donau aan de Boeda-kant. Na de Eerste Wereldoorlog was de armoede groot. De verhuizing naar Nederland was daarom misschien verstandig. Ook in de jaren zeventig was het contrast groot. Op vakantie naar Hongarije vertrok ze bijvoorbeeld met zeven koffers en keerde met één terug. Over Nederlandse mannen had ze een ergernis. Hongaarse mannen zien er op zondag, bij een uitstapje met het gezin, keurig uit. Dat Nederlandse mannen dat niet doen, betreurde ze.’

MM!: U bent in Nederland in opgegroeid. Voelt u zich ook Hongaars?
‘Ik ben een atypische Nederlander. De term “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg” past niet bij mij. Eerder het tegenovergestelde. In 2000 verklaarde mensen me voor gek toen ik een boek over de zoektocht naar de ultieme penalty schreef. Het was een passie om daar over te schrijven. Ik zoek op een andere manier naar oplossingen. Vreemde maar creatieve ideeën spreken me aan. De Hongaren zijn wel een beetje eigenzinnig. Béla Bartók was in zijn vak anders. De Rubik was een briljante vondst. Op een andere manier denken. Dat past bij mij, en zeker bij de Hongaren.’ 

MM!: Beheerst u de Hongaarse taal?
‘In de Koude Oorlog was het niet gepast om een taal te leren uit het toenmalige Oost-Europa. Dat lag zeer gevoelig. Het Hongaars heb ik niet geleerd. Wel heb ik een goede basiskennis van de belangrijkste woorden.  Het intrigeert om een moedertaal te hebben die moeilijk te volgen is. Een soort van buitenbeentje. Ik hoop dat mijn boeken ooit in het Hongaars worden vertaald. Ook het Fins raakt me. De klanken zijn hetzelfde als de Hongaarse klanken, maar de woorden kunnen een andere betekenis hebben. Prachtig!’

MM!: Nederland kent het trauma van 1974, de Hongaren het trauma van 1954.
‘Het zijn trauma’s met overeenkomsten. West-Duitsland won in 1954 en 1974 van een onverslaanbaar geacht team. De verliezers speelden mooi voetbal. Nederland en Hongarije hebben dan ook een gezamenlijk trauma. De aanpak van de Duitsers heeft me geïntrigeerd. Waarom lukte het hun wel om drie keer wereldkampioen te worden? De kern van hun succes is om van fouten te leren.  Als klein land is Hongarije blijven zwelgen in het succesvolle WK van 1954. Het Hongaarse voetbal heeft zich sindsdien niet verder ontwikkeld. Jammer. In 1965 won Ferencváros nog de Jaarbeursstedenbeker (de huidige Europa League, red.). Maar daar is het bij gebleven.’

MM!: Het Hongaarse waterpolo is niet stil blijven staan. Tijdens de Olympische Spelen presteren de Hongaarse mannen en vrouwen doorgaans goed.
‘De wedstrijd tegen de Sovjet-Unie bij de Spelen van 1956 in Melbourne is een markante. Bloed in het water! Een klein land kan goed zijn in één specifieke tak van een sport. Mogelijk zit het in de genen. Bulgaarse vrouwen zijn goed in kogelstoten. Nederlanders hebben weer iets speciaals met schaatsen. Hongaren hebben ook een goede reputatie opgebouwd met de moderne vijfkamp. Belangrijke andere factoren zijn financiële middelen, een drijfveer om te winnen in die tak van sport en voorbeelden voor de jeugd.’

MM!: Uw boek heet Oranje wereldkampioen, managementlessen om te winnen. Waarom heeft u dit boek geschreven?
‘Eén op de vijf personen is betrokken bij voetbal. Als Oranje goed presteert op een eindronde proef je veel enthousiasme. Ook de economie krijgt een positieve injectie. Die effecten zijn interessant. Verder gaat het Nederlands Elftal me aan het hart. Oranje is vooral “wereldkampioen net niet”. Daar wil ik wat aan doen! Mijn boek over de ultieme strafschop bezat een handleiding over hoe je strafschoppen moet nemen. Een paar weken na de publicatie mistte Oranje op het EK voetbal in de halve finale tegen Italië vijf van de zes strafschoppen. Zonde, dit was te voorkomen geweest als de KNVB  mijn boodschap serieus had genomen. Waarom gaat het toch mis met een land dat zulke goede voetballers heeft? De Duitsers zijn minder goed in voetbal, maar zijn wel succesvoller. Het is een intrigerend probleem. Kortom, wat maakt een organisatie krachtig? De aanpak van mijn analyse, een wetenschappelijke, was een mooie uitdaging.’

MM!: Het boek staat in het teken van de concurrentieanalyse.
‘Voor het boek heb ik gebruikgemaakt van voetbalhistorische inzichten, de sterke en zwakke kanten van Oranje en (mogelijke) tegenstanders, en managementinzichten. Bij de concurrentieanalyse ga je op zoek naar de eigenschappen van je concurrent. Waarom wint dat team steeds, en die anderen niet? Een team moet wel uitgaan van zijn eigen kracht. Tegen Portugal in 2006 ging het mis, omdat de spelers gingen denken en handelen als de Portugezen. Naast een analyse worden er tips en hulpmiddelen aan de bondscoach gegeven. Er staan lessen in voor iedereen die zowel in voetbal als management is geïnteresseerd. Voetbal is zo een metafoor voor management op de werkvloer.’

MM!: U noemde al de wil van de Duitsers om te leren van fouten. 
‘Het is de belangrijkste fout van Oranje: We leren niet van onze fouten. De Nederlandse voetbalwereld is oerconservatief. De KNVB is een gesloten gemeenschap waar externe invloeden buiten de deur worden gehouden.  Bondscoach Bert van Marwijk gaf aan geen tijd te hebben voor een interview met mij. Helaas. Op penalty’s, hoekschoppen en vrije trappen kun je trainen. Absoluut! Als je aan een WK begint, moet je de lat hoog leggen. Het doel is om het WK te winnen en niet om de poulefase door te komen.’

MM!: Welk land gaat hoge ogen gooien? (Het interview vond plaats op 19 mei jl.)
Ik geef Uruguay een goede kans om ver te komen. De loting, het spelersmateriaal en het klimaat in Zuid-Afrika liggen niet in hun nadeel. En vlak natuurlijk niet de Duitsers uit.

MM!: Meneer Vergouw, hartelijk voor het interview.

Oranje wereldkampioen, managementlessen om te winnen
Gyuri Vergouw.
Uitgeverij Holland Business Publications
ISBN 9789074885393
€ 14,90

Bestellen on line kan hier.

CV
Gyuri Vergouw (1961) is sinds 2008 associate partner van de Holland Consulting Group en schrijver van management-boeken. Hij heeft economie gestudeerd. Na publicatie van De Strafschop (2000) staat hij bekend als Professor Penalty. In 2006 publiceerde Vergouw een concurrentieanalyse van het Duitse voetbal, De laatste minuut.