Dwars door 25 jaar Dűvő

 

De groep Dűvő hoort tot een latere generatie groepen uit de Hongaarse volksmuziekrevival, die begin jaren zeventig op gang kwam. Opgericht in 1979 rond violisten Dénes en Szabolcs Hrúz maakt het ensemble deel uit van een beweging die de traditionele muziek en dans uit het Hongaarstalige gebied populair maakte bij een jonger publiek. Tot in de vroege jaren zeventig stond volksmuziek in Hongarije onder staatscontrole. Wat de mensen te zien en te horen kregen waren duchtig bijgeschaafde en bewerkte voorstellingen op radio, tv en in het theater. Twee jonge studenten brachten daar verandering in door leeftijdgenoten in clubs de dansen aan te leren onder begeleiding van live muziek. De dansen waren losser en vrijer dan wat van overheidswege gepropageerd werd, de muziek energieker en rauwer van klank.
Dűvő heeft dat laatste duidelijk ter harte genomen. Wat zij maken is ruwe-bolster-blanke-pit muziek. Ze spelen met een gruizige nonchalance, alsof ze je met half dichtgeknepen ogen toegrauwen dat dit geen muziek voor watjes is. Dat air van achteloosheid zit ook in deze cd "The Best of Dűvő - The First 25 Years" (oftewel 25 év legnépszerűbb dallamai). Een minimum aan informatie bij een rondgang langs de uiteenlopende stijlen die je in het Hongaarstalige midden van Europa kunt tegenkomen - langzame en snelle dansen naast een kerstlied, een typische restaurantschlager en muziek die het verhaal vertelt van een herder die op zoek is naar zijn schaapje.
Maar als je voorbij die stekelige boersheid kijkt, zie je een ongelooflijk vakmanschap en een aanstekelijk speelplezier. De broertjes Hrúz spelen op hun violen of de duivel zelf snaren en stok onder stroom gezet heeft. Bas en kontra (de ritmeviool) pompen een zoemende hoempa waar de groep zijn naam aan ontleend heeft. Dénes Hrúz weet zijn stem een doordringende barsheid te geven die je normaal gesproken alleen laat in de avond kunt bereiken na ettelijke glazen pálinka. Dat komt ten volle tot uitbarsting in "Ne hagyd abba". Daarin haalt de groep een saxofoon en een trommeltje voor de dag. Ze laten zich helemaal gaan in een zigeunerfeestje vol rauwe kreten en bonkende ritmes dat vrij plotseling afbreekt en een van de deelnemers inspireert tot een verwonderd, "Na, mi van, vége?"
Dit vertoon van losbandigheid wordt gevolgd door een wat meer vroom getoonzet lied over de geboorte van het kindje Jezus, al blijft het gevoel dat Dénes in zijn zang legt enigszins dubbelzinnig - het is toch de tedere zorg van een scheermes. Anderzijds, met vaardigheid gehanteerd kan het resultaat  wonderbaarlijk zijn.
Het is precies deze merkwaardige tweeslachtigheid die de groep en deze cd ver boven de middelmaat uittillen. Als je de gespeelde boerse rauwheid voor lief neemt is er veel plezier te beleven aan deze dwarsdoorsnede van vijfentwintig jaar muzikale pret uit Hongarije.

René van Peer, 2005